Exterieur

o Gevels
o Daken met schrijnwerk en waterafvoer
o Buitenschrijnwerk
o Bliksembeveiliging
o Hekwerk
o Schilderwerken

Interieur

o Binnen schrijnwerk
o Schilderwerken
o Vloeren

De kerk is gebouwd onmiddellijk na de eeuwwisseling van de 19’eeuw. De stijl ervan beweegt zich nog in de uitlopers van de neogotiek. Niettegenstaande heeft architect E. Dieltiens een eigen stijlontwikkeling toegepast die vooral te ontdekken valt in de expressie van de toren. Het schip , de (dubbele) transpenten en het koor zijn eerder sober uitgewerkt , niettegenstaande de veelvuldige dakkapellen met pirons e.d. Nochtans heeft Dieltiens een parel van architectuur aangeleverd , waarvan het interieur zeker niet moet onderdoen qua ruimtelijk concept en beheerste materialenkeuze. De buitenzijde is opgetrokken uit Boomse steen , terwijl de witte natuursteen afkomstig was uit de carrières van Saint-Joire en Reffroy . Een typisch aspect voor vernoemde periode is de toepassing van de knipvoeg. Deze knipvoeg was oorspronkelijk vrij licht van kleur (omzeggens wit) versus de witsteen voor alle afdekstenen, ornamentele delen, torentjes, speklagen, omlijstingen rond deuren en vensters enz. Er bestond dus een wisselwerking tussen deze twee materialen betreffende de architecturale articulatie. De basementen aan de toren bestaan uit witsteen , terwijl het basement van de zijbeuken,transepten en koor een rode knipvoeg kregen overeenkomstig de rode kleur van de baksteen. Het dak bestaat uit natuurleien met ingebouwde bakgoten. De originele toestand is qua waterhuishouding uitgevoerd met zinkwerk en lood. Alle deuren zijn uitgevoerd in massief eiken, geprofileerde planken.